Van toezegging naar schadevergoeding

Een projectontwikkelaar krijgt van het bevoegd gezag toestemming om het parkeren voor een woningbouwproject op een terrein verderop te regelen. Zo geschiedde. Bijna twee jaar later legt hetzelfde bestuursorgaan alsnog een last onder dwangsom op aan de projectontwikkelaar, omdat het parkeren op het terrein strijdig is met het bestemmingsplan. De parkeerplaatsen kunnen daardoor niet gebruikt worden door de bewoners van de nieuwe woningen. Welke schade van de projectontwikkelaar komt in dat geval voor vergoeding aanmerking? Staatsraad advocaat-generaal (A-G) Snijders beantwoordt deze vraag in zijn conclusie van 29 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4434).

Gerechtvaardigd vertrouwen
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in de tussenuitspraken van 18 december 2024 en 30 juli 2025 dat het bestuursorgaan bij de projectontwikkelaar het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat op het terrein mocht worden geparkeerd en dat het bestuursorgaan daartegen niet zou optreden (ECLI:NL:RVS:2024:5240 & ECLI:NL:RVS:2025:3588). Toch blijft het bestuursorgaan bij het dwangsombesluit. Volgens het bestuursorgaan wegen andere belangen zwaarder dan de belangen van de projectontwikkelaar en hoeft het gewekte vertrouwen daarom niet gehonoreerd te worden.

Schadevergoeding
In een eerdere blog van 24 september 2024 stonden we stil bij de vraag of iemand recht heeft op schadevergoeding als hij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op een toezegging van een bestuursorgaan, maar dat bestuursorgaan dat gewekte vertrouwen niet kan honoreren. Staatsraad A-G Snijders beantwoordde die vraag bevestigend in zijn conclusie van 21 augustus 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3420). Volgens de A-G moet in dat geval de volledige dispositieschade worden vergoed. Dat is het nadeel dat iemand lijdt doordat hij vanwege het gewekte vertrouwen bepaalde handelingen heeft verricht of juist heeft nagelaten.

Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?
In deze zaak komt staatsraad A-G Snijders tot de conclusie dat de volgende schade van de projectontwikkelaar voor vergoeding in aanmerking komt:
1. De kosten die de projectontwikkelaar heeft gemaakt voor het aanleggen en het (mogelijk) verwijderen van de parkeerplaatsen.
2. Het (mogelijke) negatieve verschil tussen de aanschafprijs en de verkoopprijs of de actuele waarde van het terrein.
3. Het verschil tussen de feitelijke opbrengst van het woningbouwproject en de opbrengst die het woningbouwproject zou hebben gehad als de verwachting niet zou zijn gewekt dat op het terrein geparkeerd mocht worden.
Zoals deze zaak laat zien, is het antwoord op de vraag welke schade voor vergoeding in aanmerking komt, sterk afhankelijk van de feiten.

Slotsom
Deze zaak laat zien dat een toezegging van een bestuursorgaan niet zonder gevolgen blijft en aanzienlijke financiƫle consequenties kan hebben. Denk je dat in jouw situatie mogelijk sprake is van een toezegging door een bestuursorgaan en vraag je je af wat dit voor jou betekent? Neem gerust contact met ons op.